Hoe kan ik bidden?
Jeroen studeerde in de grote stad en was blij om eindelijk onder de vleugels van zijn vader en moeder uit te zijn. Wat een prachtige tijd, niemand die hem elke dag aan de kop zeurde om op te ruimen of om op tijd thuis te zijn. Jeroen was eindelijk zelfstandig en nu hij dit leven omarmde had hij niemand meer nodig om dingen aan te vragen. Het zou hem wel allemaal gaan lukken. Maar ondertussen knaagde er ook vragen. Van thuis uit was hij katholiek opgevoed. Nouja, ze gingen wel eens naar de Kerk met kerstmis en pasen. Ook staken zijn ouders wel eens een kaarsje aan op vakantie en vertelde zijn oma dat zij veel voor Jeroen bad. Wat raar dat boomers in zoiets als een God geloofden, hij wist wel beter.
Maar de examens stonden voor de deur en Jeroen stond er slecht voor. Hij moest dit jaar zeker gaan slagen, want volgend jaar zou hij alles zelf moeten betalen had zijn vader gezegd. Studeren was wel iets wat hij kon doen, maar het geluk moest toch maar eens zijn kant uitvallen. Zou een kaarsje aansteken de oplossing zijn of misschien toch eens gaan bidden? Toen kwam de vraag “Hoe kan ik bidden?”
Heer leer ons bidden
In de Bijbel lezen we in het evangelie van Lucas (Lucas 11:1) ook dat leerlingen naar Jezus gaan en vragen: Heer leer ons bidden! Hij zei tegen hen: ‘Wanneer je bidt, zeg dan:
Vader,
uw naam worde geheiligd,
uw koninkrijk kome;
geef ons elke dag het nodige brood
en vergeef ons onze zonden,
want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is,
en breng ons niet in beproeving.’
Sommigen van jullie zullen dit gebed wel kennen, het wordt heel vaak het “Onze Vader” genoemd. Soms kennen mensen dit gebed zo goed dat ze niet weten dat er zoveel verborgen lagen in dit gebed zitten. Ten eerste wordt God op de eerste plaats gezet. Daarna vraag je voor het belangrijkste in je leven, namelijk dat je mag leven en brood mag ontvangen. Misschien komen we dan wel bij de kern, namelijk als je iemand iets schuldig bent dat je hem vergeeft zoals God jou ook telkens moet vergeven voor de dingen die je verkeerd doet.
Jezus zegt dat God de Vader dit gebed niet zal weigeren. Hij zal sowieso geen oprecht gebed weigeren, want ieder die vraagt, krijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats daarvan een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
Misschien klinkt dat allemaal mooi, maar ook een beetje ver weg. Want hoe doe je dat dan, bidden?
Moet je precies de juiste woorden gebruiken?
Moet je knielen?
Moet je het “goed” doen?
Eigenlijk niet.
Bidden begint heel simpel: eerlijk zijn.
Gewoon zeggen wat er in je omgaat.
Je kunt beginnen met het Onze Vader, maar je mag ook je eigen woorden gebruiken.
Iets als:
“God, als U er bent… help me.”
“Ik weet het even niet meer.”
“Ik ben bang dat het misgaat.”
“Dank U voor vandaag.”
Geen moeilijke zinnen. Geen perfecte formulering. Gewoon echt. En misschien is dat wel precies waar Jeroen stond. Met zijn examens in zijn hoofd, de druk van thuis op zijn schouders en ergens diep vanbinnen die ene vraag: wat als er toch meer is?
Misschien heeft hij wel een kaarsje aangestoken.
Misschien heeft hij voor het eerst in lange tijd weer gebeden.
Niet omdat hij ineens alles geloofde…
maar omdat hij het even niet meer alleen wilde doen.
En dat is misschien wel de kern.
Bidden is niet een trucje om alles voor elkaar te krijgen.
Het is geen manier om “geluk af te dwingen”.
Het is een relatie. Een begin van vertrouwen. Een stapje richting God, die allang naar jou op zoek is.
Dus als jij je afvraagt: hoe kan ik bidden? Begin gewoon.
Niet morgen. Niet als je leven op orde is. Maar vandaag.
Misschien met één zin. “Heer, leer mij bidden.”
En ergens, misschien wel later die avond, zat Jeroen op zijn kamer. Boeken open, hoofd vol, stilte om hem heen. Hij wist nog steeds niet zeker of hij geloofde. Maar voor het eerst dacht hij: wat heb ik eigenlijk te verliezen? Geen grote woorden, geen perfect gebed—alleen een aarzelend begin. Misschien fluisterde hij het wel, bijna onhoorbaar: “Heer… als U er bent… help me.” En misschien was dat precies het moment waarop hij ontdekte dat hij het toch niet helemaal alleen hoefde te doen.