Hoe wordt ik gelukkig?

Als men 20 scholieren in een klas vraagt: “Hoe wordt je gelukkig” krijg je waarschijnlijk ook 20 verschillende antwoorden. Een mooi huis, een goede baan, fijne relatie of lieve kinderen zijn dan veel gehoorde antwoorden. Misschien zal een enkeling ook zeggen dat geld gelukkig maakt of mooie spullen. Maar hoe wordt je nu eigenlijk gelukkig? Als we dat als Rafaëlparochie precies zouden weten dan zouden onze kerken natuurlijk elk weekend helemaal vol zitten. Wat wie wilt dat nu niet?

Geld maakt niet gelukkig

Dat spreekwoord hebben jullie vast wel eens van oma of opa of je ouders gehoord hebben en dat is natuurlijk ook zo. Maar geen geld hebben is natuurlijk ook een zorg en maakt dat je je niet gelukkiger voelt.  Wat belangrijk is voor mensen wordt ook wel eens in een piramide afgebeeld.

Als basis heeft elk mens de behoefte om te overleven. Eten, water en onderdak zijn belangrijke zaken waar iedereen gelukkig van wordt. In Nederland zijn gelukkig voor de meeste mensen deze dingen goed geregeld. Daarna worden de dingen al wat onzekerder, Gezondheid en economische zekerheid zijn niet vanzelfsprekend. Net als de andere lagen van deze piramide zoals sociale behoeften, waardering, zelfontplooiing en purpose.

Is geluk dan dat al deze lagen goed zijn ingevuld? Dat lijkt logisch. Als je genoeg hebt om van te leven, je veilig voelt, fijne mensen om je heen hebt, gewaardeerd wordt en jezelf kunt ontwikkelen — dan ben je gelukkig… toch?

Maar als je eerlijk kijkt, zie je dat zelfs mensen bij wie dit allemaal “op orde” is, zich toch leeg kunnen voelen. Alsof er nog iets ontbreekt. Alsof geluk niet alleen zit in wat je hebt, maar ook in waarom je leeft. En daar komt die bovenste laag van de piramide in beeld: purpose. Zingeving. De vraag: waar doe ik het eigenlijk voor?  In de kerk geloven we dat geluk niet begint bovenaan de piramide, maar juist van bovenaf naar beneden stroomt. Dat je pas echt tot je recht komt als je ontdekt dat je leven betekenis heeft — dat je gekend en geliefd bent door God.

En het mooie is: in de kerk vind je eigenlijk alle lagen van die piramide terug.

  • Je vindt er mensen die naar elkaar omzien — sociale verbondenheid.
  • Je wordt gezien en gewaardeerd — niet om wat je presteert, maar om wie je bent.
  • Je krijgt ruimte om te groeien, vragen te stellen en jezelf te ontwikkelen.
  • En misschien wel het belangrijkste: je ontdekt iets van Gods bedoeling met jouw leven.

Zelfs de basislagen zijn niet afwezig. Denk aan omzien naar de armen, voedselacties, zorg voor elkaar. De kerk is niet alleen een plek van woorden, maar ook van daden.

Geluk is dus niet simpelweg het “afvinken” van alle lagen. Het is leven in relatie — met God en met elkaar.

Misschien is de vraag dus niet alleen: wat heb ik nodig om gelukkig te worden?
Maar ook: waar vind ik een plek waar heel mijn leven tot bloei mag komen?

Misschien is de kerk wel meer dan je dacht.